Grafisch woordenboek

  1. Home
  2. Grafisch woordenboek

Tijdens het printen vliegen de grafische termen je soms om de oren. Logisch als je niet alles kent. Hoeft ook niet. Daarom hebben we de meest gebruikte grafische woorden voor je verzameld. Van A tot Z. Kort uitgelegd, zonder poespas.

Kom je een term tegen en wil je weten wat ’ie betekent?
Klik door, lees het verhaal en ga weer verder met maken.

Wat je plan ook is, maak het. Wij leggen de rest uit.


A


  • Afwerking

    • Handelingen voor jouw gewenste eindproduct.

  • Ansichtkaart

    • Een kaart met ruimte voor het adres en een postzegel.

B


  • Binnenwerk

    • Alle pagina's van het boek exclusief de cover.

  • Bleed

    • De doorloop van een document wat weggesneden wordt.

C

D

  • Desktop Publishing

    • Digitaal opmaken van bestanden, bedoeld voor publicatie.

  • Die-cut

    • Het volledig doorsnijden van de sticker, of plaatjes, inclusief de backing.

  • Doorlopende cover

    • Cover bestaande uit voorkant - rug - achterkant

  • DPI

    • Dots Per inch; de resolutie van het bestand.

  • Dropbox

    • Online dienst voor het opslaan en delen van bestanden.

E

G

F

  • Fonts

    • Een omschrijving van het lettertype: de stijl, het formaat, etc.

  • FSC logo/papier

    • Materiaal afkomstig uit verantwoord beheerde bossen.

  • Full color

    • Volledig in kleur geprint.

I

  • Impose / Impositie

    • Het rangschikken van pagina's en printwerk voor het printproces start.

  • Inkjet

    • Printers welke gebruik maken van kleine druppeltjes vloeibare inkt.

J

  • JPEG/JPG

    • Bestandsformaat voor digitale afbeeldingen.

K

  • Kaft

    • Een kaft is het, vaak, stevige papieren omhulsel van een boek. Dit wordt ook wel een omslag genoemd.

  • Kader

    • Een stel lijnen om een stuk tekst of afbeelding heen.


  • Kalibratie

    • Vergelijken van printwaardes en werkelijke kleurwaardes.

  • Kiss-cut

    • Het contoursnijden van een sticker waarbij de backing intact blijft.

L

  • Lamineren

    • Een transparante, matte folie aangebracht op het papier.

  • Lay-out

    • De opmaak van het drukwerk; de teksten en afbeeldingen op de pagina.

M

  • Milieukeurmerken

    • Keurmerken geven aan dat het op een duurzame, minder belastende manier geproduceerd is.

O

  • Omslag

    • De buitenkant van een boek, ook wel een kaft genoemd.

  • Oplage

    • De hoeveelheid exemplaren die besteld worden.

  • Opmaak

    • Hoe de tekst en afbeeldingen op de pagina geplaatst zijn.

P

  • Pagina

    • Een "kantje"; een van de zijden van een blad papier.

  • Paperwise

    • Papier gemaakt van landbouwafval

  • Papiersoort

    • Een variatie in dikte, witheid en textuur.

  • PDF

    • Een van de meest gebruikte bestandsformaten.

  • Pixels

    • Kleine, gekleurde puntjes waaruit een digitaal beeld bestaat.

  • Plano

    • Een aan één kant bedrukt, ongevouwen vel papier zonder afwerking zoals snijden.

  • Plastificeren

  • Plotter

    • Grootformaat printer

  • Ponsen

    • Het aanbrengen van 2 of 4 gaten in het papier.

R

  • Randloos

    • Bij een paginavullend ontwerp, tot de randen printen.

  • Recto verso

    • Dubbelzijdig bedrukken

  • Resolutie

    • Het aantal puntjes (pixels) waaruit een afbeelding is opgemaakt.

  • RGB-Kleurensysteem

    • 3-kleuren systeem: Rood, Groen, Blauw.

  • Rillen

    • Het aanbrengen van een vouwlijn waar de vouw moet komen.

  • Rugwit

    • De marge aan de rugzijde van de pagina waar geen belangrijke info moet komen te staan.

T

S

  • Samples

    • Voorbeelden van onze papiersoorten, enveloppen en plaatmaterialen.

  • Scheidingsvel

    • Een vel papier om verschillende sets of onderdelen van elkaar te scheiden.

  • Schutblad

    • Vellen steviger papier voor de voor- en achterkant van boeken.

  • Snijtekens

    • Zwarte lijntjes die aangeven waar het document gesneden moet worden.

  • Softcover

    • Cover gemaakt van stevig papier.

  • Spread

    • Twee pagina's die in elkaar overlopen en tegelijkertijd bekeken worden.

  • Standaardformaten

    • De A-standaard: A3, A4, A5, A6, etc.

  • Schoon snijden

    • Het bestand snijden naar het juiste formaat: schoon snijden.

V

  • Vector

    • Een bestand opgemaakt uit lijnen ipv pixels.

  • Veiligheidsmarge

    • Een marge van 5 mm om te garanderen dat er geen belangrijke informatie wegvalt.


  • Vouwlijn

    • Een lijn aangebracht in het papier waar er gevouwen moet worden.

W

  • WeTransfer

    • Een website voor het downloaden en uploaden van bestanden tot 2 GB.


  • Witranden

    • Witte randjes om een document, door het verkeerd aanleveren of bestellen van het document.

Z

  • Zijwit

    • Witmarge tussen de rand van het papier en de afdruk, ook wel buitenmarge genoemd.